Behendigheid met pups
Als dierenarts met een behendigheidspassie krijg ik regelmatig vragen als: "Wanneer kan ik met mijn jonge hond behendigheid gaan doen?" of: "Wat kan ik al met mijn pup van 5 maanden gaan doen?" De antwoorden op deze vragen zijn niet eenvoudig, maar wat wel altijd opvalt is dat de vraagsteller al behendigheid doet, de jonge hond als tweede of derde hond gekocht heeft en hem speciaal aangeschaft heeft voor de behendigheid. Als ik dan vervolgens informeer naar hun beweegredenen om zo vroeg behendigheid te gaan doen, dan komen antwoorden als: "Het is zo leuk." Of: "We kunnen niet wachten." Of: "We willen graag met 15 maanden wedstrijden kunnen lopen". Kortom ongeduld is vaak een belangrijke reden. Voordat zulke vragen goed beantwoord kunnen worden, is het belangrijk te realiseren dat een pup sterk verschilt van een volwassen hond.
Waarin verschilt een pup van een volwassen hond
Een pup is in de groei, met een lichaam dat zich voornamelijk bezig houdt met groeien.
Verder is een pup ook geestelijk onvolwassen. Pups kunnen zich veel korter concentreren, zijn sneller afgeleid en kunnen slecht druk hebben. Verder generaliseren ze negatieve ervaringen veel makkelijker, waardoor een slechte ervaring veel sneller tot ongenuanceerde vlucht- of angstreacties kan leiden.
Verder heeft een opgroeiende pup het nadeel dat zijn lichaam elke dag weer iets groter is, waardoor zijn verhoudingen per dag verschillen. Dit betekent dat een pup zijn lichaam veel minder goed kent dan een volwassen hond en dus veel slechter zijn bewegingen kan coördineren. Er is sprake van een coördinatieprobleem, zoals we die ook kennen bij de puber.
De groei van een pup
Honden horen tot de snelst groeiende zoogdieren ter wereld. Een pas geboren pup van zo'n 400 gram is een jaar later 25 tot 40 kg, waardoor zo'n jonge hond in een jaar tijd zo'n 60 tot 100 keer zijn geboortegewicht wordt. Dat zijn gigantische toenames, met als gevolg dat het lichaam van zo'n hond zich het eerste jaar alleen maar bezig houdt met groeien. Dit geldt vooral voor het bewegingsapparaat, dat wil zeggen de gewrichten, botten, spieren, pezen en banden. Andere functies van deze structuren zijn daar ondergeschikt aan: botten zijn bezig met groeien, en kunnen daardoor minder goed druk weerstaan, pezen hebben bij lange na niet dezelfde treksterkte als bij een volwassen hond. Gewrichten van groeiende honden zijn niet mooi aaneensluitend, juist omdat de botten aan beide zijden in de groei zijn.
| Volgende > |
|---|



